Twee stukken uit de Buurtvereniging Overveen-cursus Schrijven van korte verhalen, voorjaar 2024

Dialoog

Waddenzee

Ik werd wakker van de wekker en een zoen op mijn wang. ‘Wakker worden, schatje’, bromde mijn lief met een slaperige stem. ‘Ik ben al lang wakker’ mopperde ik. ‘Al uren’. ‘Niet waar, je sliep als een roos’. ‘Dat leek maar zo’, zei ik een beetje kribbig. ‘Hoezo ben je dan al uren wakker’, vroeg mijn lief. ‘Omdat ik een knoop in mijn maag heb’. ‘Een knoop?’. ‘Ja’, antwoordde ik. ‘Een Wadden knoop’. ‘Ik zal een lekker kopje thee gaan zetten’, antwoordde mijn lief, ‘dan gaat het vast wel over’. Dat betwijfelde ik ten zeerste.

We zouden voor het eerst de Waddenzee op gaan met onze zeilboot. Jarenlang had ik dit tegengehouden omdat ik vond dat onze boot – een kajuitboot van zeven meter twintig lang met buitenboordmotor – niet zeewaardig was. Dat was hij wel, maar ik niet.

Inmiddels ruim 5 jaar in het bezit van een kajuitzeilboot met de afmeting van negen meter, een binnenboord diesel motor, marifoon aan boord en digitale waterkaarten, kon ik het niet langer tegen houden. En eerlijk gezegd, het leek me toch ook wel een uitdaging.

De vorige dag waren we vanuit het Alkmaardermeer via het Noord-Hollands kanaal naar Den Helder gevaren. Een heerlijke tocht met veel zon, weinig wind en genietend van het mooie Noord-Holland. We kwamen langs pittoreske dorpen zoals Koedijk, Sint Maartensvlotburg, Petten en ’t Zand. Ergens tussen alle bruggen in hoorden we ineens op de marifoon een stem die riep ‘hé brugwachter, ik lig bij de vlotbrug, kunt u draaien voor me’. Waarop we de burgwachter hoorde zeggen ‘bij welke vlotburg ligt u dan want ik zie u niet’. ‘Oh, geen idee’ antwoordde de man ‘ik ben hier al zo lang niet geweest’. Hilariteit aan boord.

Wij kwamen veilig in Den Helder en lagen in de Marine Jachthaven waar we genoten van de fameuze blauwe hap. De getijdetabel bij het havenkantoor vertelde ons dat we voor de afvaart naar Texel, Oudeschild een half uur voor hoog water moesten vertrekken. Dat was de volgende ochtend zo rond half acht.

We stonden dus op tijd op en na een kattenwasje, met ijskoud water uit de watertank, waren we goed wakker en smaakte de warme thee prima. ‘Je moet wel eten hoor’, zei mijn lief, die een beetje bezorgd naar me keek. ‘Maar ik krijg het niet weg, die cracker blijft in mijn keel hangen, en ik ben geloof ik ook een beetje misselijk’. Oké dacht mijn lief, laat maar. ‘Ik ga rustig de motor starten, dan kan jij binnen opruimen. En ik leg de reddingsvesten vast buiten klaar’. Reddingsvesten zijn verplichte kost op zee vinden wij. Er stond een lief windje, maar pal tegen, dus zeilen werd het niet. Veilig de motor aan, ik vond het allemaal prima. Licht misselijk en met kramp in mijn maag liep ik naar het voordek om de lijnen los te gooien, terwijl achter mij de motor rustig en vertrouwd pruttelde. Van de zenuwen gooide ik de voorlijn in de knoop om de bolder. Een lieve wakkere buurvrouw kwam helpen en zwaaide ons vrolijk uit. We tuften rustig de haven uit en voor het eerst de Waddenzee op. In de verte zagen we Texel al liggen. ‘Het is helemaal niet ver’ zei ik. ‘Klopt’ zei mijn lief ‘maar we moeten wel wat verder dan het lijkt. Oudeschild ligt wat oostelijker op het eiland’. Achter ons kwam de TESO op stoom, ook richting Texel, en ineens voelde ik me apetrots dat wij dit deden op eigen kiel.

Na een uurtje varen, voeren we de haven van Oudeschild binnen. Ik was zo ontspannen en blij, dat ik snel mijn telefoon pakte en een vlog maakte om naar het thuisfront te sturen, die het ook allemaal – landrotten als het zijn – maar een spannend avontuur vonden. We vonden een lege box en met behulp van een aardige Duitser lagen we snel en veilig afgemeerd. ‘Danke schön’ zei ik ‘wir kommen aus den Helder’ en het klonk alsof we het Kanaal waren overgestoken.

‘Er is hier een winkeltje’ riep ik ‘ik ga kijken of er iets lekkers is voor bij de koffie, dat hebben we wel verdiend’. En ik heb trek dacht ik bij mezelf want die cracker had ik uiteindelijk maar half opgegeten. Een half uurtje later zaten we genietend in het zonnetje, met een heerlijke kop koffie en een pecannoten broodje. Ik kreeg een zoen, van mijn lief. ‘Dappere matroos’ zei hij.

Marjolein Schouten,
20 maart 2024


Column

Zak en as

Mooi en lelijk, zijn begrippen die te allen tijde vermeden worden als het over architectuur gaat. Begrijpelijk, want zo’n ongenuanceerd oordeel vellen is persoonlijk en niet bedoeld om rond te bazuinen in een column en daarmee het risico te lopen om zelf veroordeeld te worden. Dan maar de thesaurus openen en oordeel ontwijkende termen gebruiken die op meer begrip kunnen rekenen als het over de gebouwde omgeving gaat. Zoals transparantie, helderheid, menselijke maat, duidelijk, krachtig, ingetogen, harmonie met de omgeving, krachtige uitspraak, autonoom en nog heel veel meer.

Aan de rand van Amsterdam- Zuid, langs de ringweg ligt een nieuwe wijk, de Amsterdamse Zuidas. Deze wijk, gepland sinds tachtiger jaren, grenst aan het Plan Berlage. Architect H.P. Berlage ontwierp dit stadsdeel in 1917 met ambitie en visie, met sociale georiënteerde woningbouw en empathie voor de bewoners. Samenhang in de bouwblokken, licht en ruimtebeleving, eenheid in verscheidenheid, het is zo vanzelfsprekend dat het nauwelijks meer opvalt aan de frequente passant.

Een parel, beter nog gezegd, een parelketting voor de zuidgrens van de stad.

Als je na een bezoek hieraan verder afzakt, onder A10 door, valt het zicht rauw op de maag, een groter contrast met Plan Berlage is nauwelijks voor te stellen: De torens van de Zuidas. Transparantie, dat de afgelopen jaren als slogan wordt uitgedragen door bedrijven en opdrachtgevers, wordt als thema vaak meegegeven aan de architecten. En dat moet dan vooral duidelijk in het ontwerp tot uitdrukking komen.

Banjerend door de Amsterdamse Zuidas passeer je dan ook grote transparante glasvlakken van wel twee of drie etages hoog. Hierachter, is de boodschap, zetelen bedrijven die niets te verbergen hebben. Hier zetelen de financiële bij-de-handjes, de brievenbusfirma’s, advocatenkantoren waar voornamelijk Russisch wordt gesproken en nog veel meer waar de kritische en onderzoekende journalistiek wel bij vaart.

Een blik naar binnen toont echter niet meer dan een veelal megalomane balie met een enkel uniform erachter, tourniquets en liftdeuren. Meer is er van de bedrijven niet te zien. Op de kantoorverdieping zijn de jaloezieën halfgesloten om inkijk van het tegenoverliggende en mogelijk concurrerende kantoor te vermijden.

De meest prominente laan in dit stadsdeel is vernoemd naar Gustav Mahler, de geniale maar zwaarmoedige zo niet depressieve componist. Die laatste karaktereigenschap heeft zeker niet meegespeeld bij het vaststellen van de straatnamen, want de toekomstige bewoners van dit stadsdeel waren toen nog niet bekend.

Langs de Gustav Mahlerlaan en zijstraten lijken de gecombineerde ego’s van wellustige opdrachtgevers, sexy projectontwikkelaars en investeerders in unieke totems te zijn vertaald. De rol van de architecten is onduidelijk, het is haast onvoorstelbaar dat zij, die een integere opleiding hebben gevolgd zo kunnen afdwalen in een moeras van exhibitionisme.

Zoals een collega onlangs opmerkte: “architecten willen liefde en projectontwikkelaars seks”, nou seks is het geworden, van de meest deprimerende soort.

De Gemeente Amsterdam heeft onlangs dan ook terecht besloten om het nieuwe Eroscentrum, aansluitend aan de Zuidas te gaan bouwen. De te verwachten mobiliteit rondom de stad is daar zeker ook bij gebaat met dit centrum op loopafstand.

De visie achter het stedenbouwkundige plan en de architectonische invulling ervan is nauwelijks te beschrijven. Het samenspel van een willekeurige top voetbalclub is indrukwekkender dan de samenhang van deze architectuur.

Een van de meest prestigieuze architectuurprijzen in Nederland, de Abe Bonnemaprijs, is nog nooit toegekend aan een bouwsel op de Amsterdamse Zuidas. Dat verraadt een prijzenswaardig verantwoordelijkheidsgevoel en inzicht bij de opeenvolgende jury’s.

Maar misschien durf ik het toch een keer hardop te zeggen buiten het gebruikelijke recensenten- jargon om: de Amsterdamse Zuidas is de lelijkste nieuwbouwwijk van Nederland.

Roeland van der Hidde
mei 2024